|
De figuur bestaat uit twee rechthoekige
driehoeken met een paar gelijke scherpe
hoeken. De schuine zijden hebben lengte 8
en 15. De lengte |PQ| is dan
|
A. 14 |
| B. 15 |
| C. 16 |
| D. 17 |
| E. 18 |
[ vwo33-(1s12) - op net sinds 27.1.2026-() ]
Deze (12de)vraag werd gesteld in jan 2018 tijdens de eerste ronde van de 33ste Vlaamse Wiskunde Olympiade (5de en 6de jaars)
68% van de deelnemers heeft correct geantwoord. (16% foute antwoorden en 16% blanco's
Translation in E N G L I S H
IN CONSTRUCTION
|
A. |
| B. |
| C. |
| D. |
| E. |
Oplossing - Solution
Men denkt dat men hier grondig de kaart van gelijkvormigheid moet trekken maar niets is minder waar ! De hoek tussen de twee schuine zijden is 90° !
De afstand van P tot Q kan dus berekend worden met de stelling van Pythagoras (schuine zijde van een rechthoekige driehoek met rechthoekszijden 8 en 15).
Nog korter : wie weet dat (8,15,17) een Pythagorisch drietal is kan direct het antwoord geven → exact 17.