In een gelijkbenige driehoek △ABC is de grootte van de hoek A gelijk aan 50°.
Wat is de som van de mogelijke waarden van de hoek B ?
A.   115°
B.   130°
C.   145°
D.   180°
E.   195°
    a    b    c    d    e

[ vwo32-(1j25) - op net sinds 29.1.2026-(E) ]


Deze (25ste)vraag werd gesteld in jan 2017 tijdens de eerste ronde van de 16de Junior Wiskunde Olympiade (3de en 4de jaars)
Slechts 13% van de deelnemers gaf op deze vraag een correct antwoord.
38% gaf een fout antwoord en 41% gaf geen antwoord.
45% hebben zelfs B geantwoord.

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION
A.  
B.  
C.  
D.  
E.  

Oplossing - Solution

Als de hoek A de tophoek is kan B niets anders zijn dan de helft van (180° − 50°), dus 65°.
Als A een basisihoek is, dan kan B ook een basishoek aijn, dus ook 50°, of kan B de tophoek zijn, dus met grootte 180° − 100° = 80°.
De drie mogelijkheden zijn dus 65°, 50°: en 80°.
De som van deze drie hoeken kan je zelf uitrekenen.
GWB