A B C
In een goniometrische cirkel is
A is het beeldpunt van 60°
B is het beeldpunt van 180° en
C is het beeldpunt van 0°.

De omtrek van driehoek ABC
is dan gelijk aan
A.   \(2+\sqrt3\)
B.   \(3+\frac{\sqrt3}{2}\)
C.   \(4\)
D.   \(3+\sqrt3\)
E.   \(5\)
    A    B    C    D    E

[ 4-A118 - op net sinds 10.1.2026-(E)- ]

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION

Oplossing - Solution

|BC| = 2   (middellijn van de goniometrische cirkel met straal 1)
|AC| = 1 (zijde regelmatige zeshoek of ΔOAC is gelijkzijdige Δ)
Vermits de hoek in A recht is (staat op een middellijn), kan de derde zijde gevonden worden met de stelling van Pythagoras : \(|AB|=\sqrt{2^2-1^2}=\sqrt3\)

2de manier :
  De hoek in B is 30° (helft van 60°)
  |AB| = 1.cot 30° = √3
De omtrek is dus   2 + 1 + √3 = 3 + √3

GWB